Julia Kroonen schrijft in haar column elke twee weken over dingen die haar zijn opgevallen in Den Bosch. In deze column schrijft ze over het vinden van een lunchplekje in Den Bosch. Ongemakkelijk stapte ik het café in. Ik voelde al wat me te wachten stond. Hopelijk was er hier voor twee toch nog een plekje […]

Julia Kroonen schrijft in haar column elke twee weken over dingen die haar zijn opgevallen in Den Bosch. In deze column schrijft ze over het vinden van een lunchplekje in Den Bosch.

Ongemakkelijk stapte ik het café in. Ik voelde al wat me te wachten stond. Hopelijk was er hier voor twee toch nog een plekje vrij. Maar helaas: ook dit café zat ramvol. Het was vrijdag en ik zou met een vriendinnetje uit Eindhoven naar Het Noordbrabants Museum gaan. We hadden het tijdslot van 14.00 uur geboekt. Aangezien ze plotseling eerder kon, besloten we vooraf in de stad ergens te gaan lunchen. Crème is een van mijn favoriete cafés in Den Bosch, daar moesten we dus heen! Al viel dat plan snel in duigen.

Julia groeide op in Liempde, gemeente Boxtel. Hoewel ze vier jaar in Amsterdam Creative Business studeerde, bleef haar Brabantse hart kloppen. Wonen in Amsterdam? Dat leek haar niks. Afgelopen zomer verhuisde ze daarom van het dorpse Liempde naar het mooie Den Bosch. Julia woont nu – na lang gezocht te hebben – in een gezellig studentenhuis. Heerlijk dicht bij het centrum en op loopafstand van station Den Bosch! En daar vallen haar een hoop dingen op. Elke twee weken schrijft ze een column voor indebuurt Den Bosch.

‘Net te laat’

Toen ik binnenkwam, zag ik de bui al hangen. De obers waren flink in de weer, dus wachtte ik ongemakkelijk aan de bar. Mensen die al aan het genieten waren van hun broodje, keken me aan van: ha, je bent net te laat! De ober kwam en vertelde me vriendelijk dat ik kon wachten tot er een plekje vrijkwam, al kon ik ook een ander cafeetje proberen. Ik ging voor de laatste optie. Vrijdag is mijn parttime vrije dag, maar voor veel anderen een dag waarop ze gewoon moeten werken. Er zou in een ander café vast nog wel plek zijn.

Enorme rij

Ik was nog nooit bij The Happiness Café geweest. Vol goede moed deed ik de deur open, waarbij ik opbotste tegen een enorme rij. Balen natuurlijk, maar ik wachtte wel even! De minuten verstreken, er zat geen beweging in de rij. Er bekroop me de angst dat we het moesten doen met een kant-en-klaar broodje van de Albert Heijn. Ik liep weer naar buiten. Bagels & Beans zat – zoals altijd – ook vol.

Ergens moest toch wel plek zijn?

Met het oog op de klok – het was inmiddels 13:15 – rende ik naar de markt. Daar zitten zo veel cafeetjes, ergens moest toch wel plek zijn? Maar helaas: misschien dat ik over een half uur buiten aan een tafeltje kon zitten, waarbij mijn winterjas en een dekentje me warm moesten houden. Ik zou namelijk nét te ver van de warmtelamp af zitten.

‘Lood in mijn schoenen’

Verdwaald stond ik op de markt. Had ik nou maar gereserveerd, zei ik boos tegen mezelf. De korte put hoefde ik met deze drukte waarschijnlijk al helemaal niet in te lopen. Wat nu? Mijn oog viel op hotel Brasserie Cé. Allerlaatste poging, mompelde ik. Met inmiddels lood in mijn schoenen liep ik naar binnen. Een ober in driedelig pak begroette me. Met mijn oversized hoodie en vertrapte All stars voldeed ik niet helemaal aan de dresscode, maar dat viel de ober gelukkig niet op. Er was een tafeltje vrij!

Tips?

De bediening was snel, waardoor we precies op tijd waren voor het museumbezoek. Een ode aan Brasserie Cé! Al was ik wel teleurgesteld dat spontaan ergens lunchen in Den Bosch zo moeilijk bleek te zijn. Of kwam ik gewoon op de verkeerde dag en het verkeerde tijdstip? Misschien moet ik wat onontdekte horecaparels achter de hand hebben om naartoe te vluchten als het weer zo druk is in de stad. Hebben jullie tips?

We zochten nog veel meer voor je uit…